Bij de les….

Klassenbezoeken, waarschijnlijk weet u er alles van. Prachtig om te doen, maar een grote tijdsinvestering en daardoor soms een aanslag op uw agenda. Maar hoe vaak zit u eigenlijk bij uw leerkrachten in de les? En belangrijker nog: hoe groot is het effect van de feedback die u geeft? Zet het de leerkracht aan tot professionalisering?


Draagt uw lesbezoek bij aan de collectieve ontwikkeling van het schoolteam?

Deze whitepaper heeft betrekking op alles wat te maken heeft met “bij de les zijn”, ofwel: kwalitatief goed lesgeven. Bent u wel “bij de les”? Is de leerkracht eigenlijk zélf wel voldoende “bij de les”?

Zoals u weet is er in de CAO-PO een paragraaf opgenomen waar de observatie van de leerkracht en hiermee de kwaliteit van het primair onderwijs centraal staat. Dit is een actueel thema op de kalender voor scholen in 2017. Het doel dat gesteld is, moet er toe leiden dat elke leerkracht beoordeeld wordt op de vakbekwaamheden en dat ze begeleid worden van startbekwaam naar vakbekwaam.

Vanuit diverse invalshoeken vallen de bekwaamheden op basis van observatie te bezien. Maar heel basaal gesteld draait het om één ding: welk gedrag is aantoonbaar in de relatie tussen leerkracht en leerling. De toetsing van didactische- en pedagogische waarden moeten bepaald worden.

In het ‘land der observaties’ zijn er verschillende instrumenten voorhanden. Vanuit de PO raad is er een lange lijst met observatie instrumenten samengesteld waar scholen zich mee kunnen verrijken. Maar welk instrument biedt nu die mogelijkheden die het ultieme doel bereiken, namelijk het verbeteren van het onderwijs? Vanuit de cao moet het instrument voldoen aan eisen die in een observatie aan bod moeten komen. Anders gezegd: worden de eerder genoemde didactische- en pedagogische waarden in de volle breedte geobserveerd?

Hier is niet eenvoudig op te antwoorden. Wat het ene instrument biedt, vindt u niet in een ander en andersom en wat wilt u hier verder mee. Een hoop afwegingen die bepalen voor welk instrument u kiest.
 

Zichtbaar maken

Centraal staat de observatie van indicatoren. Elke indicator is een gedragswaarneming en is gerelateerd aan een zogenaamd domein. Samen leveren de indicatoren een duidelijk beeld op van de ‘kracht’ van de leerkracht.
Allemaal kwalificaties die meewegen, aan de wieg staan, om te komen tot een vakbekwame leerkracht; het uiteindelijke doel. Maar is dit doel wel realistisch?

De Nieuw-Zeelandse onderwijsonderzoeker John Hattie heeft in zijn verschenen boek ‘Leren zichtbaar maken’ gekozen voor een andere kijk op onderwijs. Na grote groepen geobserveerd te hebben draaide het uiteindelijk uit op “Het leren zichtbaar maken voor de leerkracht én de voor de leerling zijn essentieel”. Zoiets belangrijks zou terug te vinden moeten zijn in een observatie instrument.
 

Assessment of observatie

Er zijn mensen die zeggen dat observeren gelijk staat aan een assessment. Maar vanuit de vakliteratuur bij woordverklaring zijn er verschillen in deze begrippen. Vanuit een onderzoek naar deze verschillen is het volgende onderscheid te maken;

een assessment is een test die je afneemt waarbij het resultaat een indicatie geeft over je persoonlijkheidseigenschap(pen), bij een observatie worden gedragingen of gebeurtenissen waargenomen met een bepaald doel voor ogen.

Hier is het duidelijke verschil gelijk aangetoond. Bij observatie wordt er naar gedragingen gekeken terwijl het assessment een test is die een resultaat genereert en niets zegt over gedragingen. En nu zijn die gedragingen juist zo belangrijk in het onderwijs.
Het gedrag van een leerkracht is vaak een voorbeeld naar de leerling die vanuit zijn/haar gedrag invloed heeft op de vorming van de leerlingen. En die gedragingen zijn nu juist weer de drijfveer in een observatie instrument. Dat is ook wat John Hattie stelt in zijn onderzoek.

Hattie stelt: ”De gedragingen kunnen zowel individueel als wel gemeenschappelijk ontwikkeld worden. Het aspect van samen leren, leerkrachten onderling, dragen bij aan het bewuster lesgeven aan de leerling”.

Die wisselwerking, gebaseerd op gedrag en het laten zien van dit gedrag worden bij een observatie vastgelegd. Daar ontstaat feitelijk de kwaliteit van het onderwijs. Wanneer dit als ‘maat’ genomen wordt krijg je als onderwijsorganisatie een vakbekwaam team.Zou het dus niet fantastisch zijn als er een dergelijk instrument voor het primair onderwijs zou zijn? Een instrument waarmee op basis van getoond gedrag tijdens de les de bekwaamheid aangegeven kan worden?
 

Het antwoord is Ja!

Kapablo is een observatie instrument dat onder andere is gebaseerd op de visie en de onderzoeken van John Hattie. Van daaruit zijn het observeren / de gedragingen opgenomen en worden de vakbekwaamheden van de leerkracht inzichtelijk gemaakt. Kapablo onderscheidt zich van andere instrumenten, in die zin dat er naar gestreefd wordt een subjectief instrument zoveel mogelijk te objectiveren. In het bijzonder het analysemodel dat binnen Kapablo gebruikt wordt geeft directeuren en bovenschoolse leiding inzicht hoe leren zichtbaar wordt gemaakt, per locatie en schoolbreed. Naast deze handige mogelijkheid biedt Kapablo ook mogelijkheid tot 360° feedback reflectie en enquête mogelijkheden aan ouders en/of leerlingen. Daarnaast is er de E-learning toepassing waarmee leerkrachten geholpen kunnen worden om door te groeien naar een vakbekwame leerkracht.
 

Daarom…wees wijs en met Kapablo bij de les!