De Tjongerwerven

De Stichting CNS Ede is de overkoepelende organisatie voor veertien basisscholen in Ede en Bennekom. In totaal bieden zij onderwijs aan ongeveer 3000 leerlingen in Ede en Bennekom. CNS heeft in totaal 300 personeelsleden. Sinds enige tijd zijn zij enthousiast gebruiker van Kapablo. Graag laten wij een directeur aan het woord over hun ervaringen met Kapablo.


Wat was voor CSN Ede de reden om te kiezen voor Kapablo?

Voor ons waren twee dingen belangrijk binnen het Observatie vraagstuk. We wilden een éénduidige manier voor alle scholen zodat wij Stichtingbreed konden observeren. Vanuit de CAO eisen en vanuit de lijst die de PO-raad had opgesteld, is er toen gezocht naar een instrument dat hier aan voldeed. Vanuit een selectie zijn er twee instrumenten geselecteerd. Eén daarvan was Kapablo. We hebben aansluitend daarvoor Hans Veldsink uitgenodigd. Hij heeft in een presentatie duidelijk uiteen gezet waar het in Kapablo om ging en hoe Kapablo omgaat met de ontwikkeling van de leerkracht binnen observeren.


Hoe heeft Kapablo als ontwikkelinstrument bijgedragen aan de kwaliteit van het onderwijs?

Dit jaar zijn wij gestart met Kapablo. Eerst hebben wij een presentatie gegeven aan de leerkrachten. Zodoende weten zij ook wat ze kunnen verwachten. Wij hebben de observatielijsten meegegeven ter oriëntatie. Omdat wij op deze manier de leerkrachten betrokken hebben zijn de observatie items  die aan de orde komen in de Kapablo-observatie niet nieuw voor hen. Bijna alle trainingen aan de auditoren zijn afgerond waardoor iedereen met Kapablo geobserveerd wordt. Dus tot zover verloopt het positief!


Zou u Kapablo adviseren bij andere scholen en waarom?

Als er al klassenbezoeken / flitsbezoeken plaatsvinden, dan is Kapablo een goed instrument om vervolgens de vakbekwaamheden nog concreter in kaart te brengen. In de praktijk is de verwerking en de opslag van de gegevens een handig systeem. In het begin lijkt het observeren met Kapablo veel en uitgebreid, maar je leert er snel mee werken. Het scheelt veel tijd na afloop van een observatie omdat er direct een rapportage wordt gemaakt. Deze wordt besproken met de leerkracht en de leerkracht heeft hiermee een uitgebreid overzicht van zijn / haar leerkrachtvaardigheden en ontwikkelpunten.